De Verblindende Esthetiek

De kamer is gehuld in stilte. De hoeken van de ruimte, de houten vloer en de koffer op de grond, ze omarmen een traan, een stilzwijgende schreeuw, een laatste adem. Als een boosaardige geest zweeft een wolk van schuld in het midden van de ruimte, zacht vibrerend. Ontelbare handjes ontspruiten eruit en aaien over de muren, op zoek naar een uitgang; op zoek naar een poging om te ontsnappen in onschuld.

Haar naakte lichaam is gestopt met de celdelingen, de bijna oneindige repetitie dat het leven met zich meebrengt, het is eenduidig opgelost naar een holle leegte. De levensvloeistof heeft sijpelend een weg naar buiten gevonden. Het exterieur dat het vast behoort te houden is er in gefaald, het zou het bed onbevlekt moeten hebben gelaten. Waarom is deze opening ontstaan? Deze fatale opening in de ziel.

Een naald wordt op een plaat gezet. Muziek, slow jazz. Een trompet vertelt over een vriendelijke ontmoeting met een vreemdeling op een boulevard in Parijs. De zon glinstert zachtjes op de haren van de vreemde en een glimlach maakt de wereld verliefd. De luidspreker blaast de tonen met zachte pufjes de kamer in. Als onschuldige olievlekken beginnen ze in kleurrijke accenten door de ruimte te spreiden. Vederlicht strelen ze alles in de kamer: de huid van de vrouw, het bed, het leer van de koffer en het zwijgen van de man. Zijn visie is verdoezelt door de kleurschakeringen en hij lijkt de hele wereld te zijn vergeten. De hele wereld die bij zijn raam naar binnen kijkt, in driedubbele blikken, stoïcijns en ongeïnteresseerd. Als een walsje – in een-uh, twee-uh, drie-uh – één die langzaam voortkabbelt en een onuitgesproken ontkenning omvat; misschien wel koelbloediger dan de moord.

De muziek maakt de man blind, ofwel zijn houding suggereert een ongegeneerde blindheid. Wil hij de wereld aan zijn raam niet zien? En de moordenaars die zich om de hoek verbergen, klaar om hem gevangen te nemen en dood te knuppelen? Zijn daad zal onherroepelijk zijn sterven betekenen, maar het lijkt hem niet te interesseren. Het lijkt alsof hij zich niet bekommert over het verleden of de toekomst. Alsof hij alleen in het heden leeft. Zijn schoen tikt mee op het hout, in het ritme van de natuur.

Het schuifelen van de wachtende moordenaars begint luider te worden. Net als het dierlijke ademen van de wereld aan het raam. De situatie begint te knijpen, alsof er een brandende druk op de ruimte en op de hoofdrolspelers ontstaan is. De tijd is het tafereel met denderende kracht in aan het halen en zal bij het eindpunt voor een knetterende ontlading zorgen. Nog drie-uh, twee-uh, een-uh. Een explosie vervormt alle kleurtinten tot een kolkende brij. Muziek mixt met gevoelens. Met woede. Met vuisten. Met stilte. Het stof dwarrelt naar de grond. Ja, alles is stilte.

(Geïnspireerd op het schilderij ‘L’assassin menacé’ van René Magritte)