Het Watereinde

Wat ze precies hoopte te vinden bij het water was me niet duidelijk. Ze zei dat er verlossing in verscholen lag, maar ik had het idee dat ze er teveel hoop in legde. Iets wat het water niet waar zou kunnen maken. Het zou namelijk ook de dood kunnen betekenen, daar hield ze blijkbaar geen rekening mee.

De keren dat we er waren, leek het water me altijd zo zwart. Om een of andere reden voelde ik me er niet op mijn gemak. Aanvankelijk stelde ze voor om er een duik in te nemen, ‘om op te frissen’ zoals ze zei, maar bij de eerste aanraking wist ik meteen dat er iets niet klopte.
‘Kom nou!’ had ze geroepen, toen ik aan de kant bleef staan. Ik was verstijfd van angst. Het voelde of het water me bespiedde, alsof het een eigen wil had en niet van mij gediend. Het zou mij iets aandoen als ik erin zou gaan zwemmen. Het zou me naar de bodem trekken of een sterke stroming veroorzaken die me verder van het land zou doen verwijderen.

Steeds vaker wilde ze naar het water, haar ogen glazig als ze het voorstelde. Ik verbood het haar op een gegeven moment om erheen te gaan, omdat ik het idee had dat ze het gevaar niet inzag. Achteraf gezien tevergeefs. Regelmatig kwam ze thuis met vochtige plekken op haar jas, op haar schouders. Mijn blik vermijdend. Ik zei er niks van. Uit haar houding maakte ik op dat ze zich ervoor schaamde.

Op een zomermiddag ben ik haar verloren. We hadden een ijsje gekocht op de boulevard, de plek waar drie kinderen naar een plastic ijs-cone staarden en een bejaarde man zijn teckel achter zich aantrok. Ze was van me weggelopen en zat op een bankje dat uitkeek op het meer. Ik ging naast haar zitten en proefde dat er iets niet goed was: haar ijsje lag op de grond en ze keek, zachtjes murmelend, naar de inhoud van haar waterflesje. Toen ik vroeg wat er aan de hand was, bracht ze het flesje naar haar mond en dronk het leeg. Het leek of er een mistige waas over haar ogen was gekomen die haar verblindde en liet zwerven door eindeloos duistere moerassen.
Op een dag was ze de deur uitgelopen en niet teruggekomen. Ik ben haar niet gaan zoeken, ook al wist ik waar ik haar zou vinden.

Het water heb ik nooit meer teruggezien.