Masker des Doods

De fotograaf zette me neer op het krukje. Hij zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Het zou geen pijn doen. Ik glimlachte vriendelijk en streek met een vlakke hand over mijn mouw. Pijn doet het altijd.

We liepen over de boulevard en de zon scheen laag over onze schouders. Geluk was daar aanwezig. We hielden het tussen ons in en klemde het tegen onze heupen aan. Toen we verderop  afstand van elkaar  namen, was het verdwenen. Abrupt als een zonsverduistering.

Het licht kon je ogen kapot flitsen, je gezicht in een masker des doods veranderen. De fotograaf ging er dan met je ziel vandoor als een dief in de nacht, een duivelse glimlach op zijn tronie. Hier was ik me van bewust. Mijn handen lagen onschuldig op mijn knieën. Als de vergeten tijd. De tijd dat de wind haar jurk liet dansen en haar heupen heuvels van genot waren. Wie had ooit durven dromen van dit soort verwantschap? Het vlees van onze lichamen plakte zweterig tegen elkaar. Messen werden zwaarden, huizen kastelen. Druppels zweet rustte als een ven in de holte van haar rug. Mijn vingers waren kilometers lang.

Terugkijkend was het onduidelijk welke richting ons pad uitging; het kronkelde de berg op, maar verdween halverwege uit zicht. Gestaag bleven we met onze versleten schoenen het kiezelpad betreden, onze schouders aan elkaar gelijmd. We trotseerden de zwaartekracht met de haren in de wind. Langs het pad stonden regelmatig fotografen. Velen probeerden onze ziel te stelen met harde flitsen. Het hield ons niet tegen.

Deze fotograaf was anders. Hij vroeg me of ik mijn schoenen wilde verwijderen. Zonder scrupules. Wat waren zijn intenties? Niemand hoeft zo open en bloot voor de camera te verschijnen. Ik uitte mijn twijfel. De fotograaf keek op van zijn camera en zei met een strak gezicht dat het als normaal werd beschouwd. Dat iedereen hiermee instemde. Mijn voeten begonnen zachtjes te zweten.

Hadden de wolken dan niet door dat wij ze de hele tijd bespieden? Hadden ze daar geen mening over? Zo hoog als ze zijn. Hun stilzwijgen verhuld in een holle verhevenheid. Als de priester die zijn lichaam bedekt met zwarte lappen. Om te verbergen dat hij uit dezelfde grond is ontsproten als ieder ander.

De flits deed meer pijn dan normaal. Zonder het leer was er geen bescherming tegen het harde licht. Als een bliksemschicht schraapte het over mijn huid en brandmerkte zijn aanwezigheid. Het scheurde mijn vlees kapot en toonde mijn binnenste. De fotograaf pakte mijn masker met delicate vingers op uit de lucht. Hij aaide de randen en grijnsde breeduit; hij was geslaagd.

Waarom we niet samen de bergtop konden vinden, bleef in het ongewisse. De fotograaf had iets van me afgenomen wat niet meer terug kwam. Mijn masker heb ik nooit meer teruggevonden.