Wegkijken of omarmen?

Natuurlijk trap ik hier in de val van de commercie als ik het belachelijke karakter van dit product aan de kaak willen stellen. De selfie bottle. Ja, het is een echte uitvinding. Ik hebben hier met een dilemma te maken, misschien zelfs wel filosofisch van aard: wil ik verwijzen naar een object terwijl ik het eigenlijk verafschuw? En kan ik naar iets verwijzen zonder het object de waarde te geven die het zelf eigenlijk wil krijgen? Moet ik in deze richting kijken als ik weet dat ik verander in een zoutpilaar? (Of in dit geval in één van suiker).

Nee, het belachelijke van de commercie moet af en toe aangekaart worden. Anders komen ze met álles weg en is het maar de vraag waar het heen gaat met de wereld. Dan krijgen we nog meer navelstarende jeugd (een van de belangrijkste doelgroepen van het hedendaagse bedrijfsleven) die bijvoorbeeld toe gaan staan dat iedereen verplicht een camera om zijn nek draagt – als de wereld die Dave Eggers in zijn boek De Cirkel beschrijft. En in zo’n wereld wil ik niet leven. Big Brother begint namelijk de pubertijd al te bereiken en die willen we niet volwassen zien worden.
      Omdat de consument tegenwoordig alles bepaalt, is een camera om je nek helemaal niet zo absurd meer. Er wordt al serieus over nagedacht. Net als dat straks iedereen een klompje Big Data gaat worden – en waarschijnlijk grotendeels al is! – waardoor elk persoon een nummertje wordt.
      Om deze redenen heb ik besloten niet mee te gaan in enige vorm van reclame voor dit merk en heb de kenmerken weggeshopt. Maar iedereen kent het natuurlijk, het is een grootmacht.