Wat is erger? De dood of het mechanische voortbestaan?

Over de dood denkt men liever niet na. Het is ongrijpbaar, maar als onderwerp ook nogal een dooddoener (pun intended). Toch, als ik het met mijn moeder over de dood heb, verkondigt ze niet begraven te willen worden vanwege haar angst dat ze het onder de grond zo koud zou hebben. Als ik dan zeg dat ze daar niks van zal merken, gelooft ze me niet. Laatst zag ik een nieuwsitem waarin mensen konden proef liggen in een doodskist. In een voor-gegraven gat, met de kist open. Een vrouw die de gok waagde zei dat ze het nogal krap vond. Dat komt er dan ook nog eens bij: dat je het én koud hebt én dat je kist te krap is. De dood is een en al ongemak.

Denk je aan de dood dan kom je al snel uit op de rouw en wat overblijft bij de achterblijvers. Dit zijn toch vooral herinneringen - iets dat ons na aan het hart ligt. Tegenwoordig zijn veel van dit soort herinneringen overwegend digitaal. Zoals foto's en video's op sociale media. Maar er is ook een ander soort herinneren, namelijk in de data afkomstig van telefoons en de zoekhistorie. Dit is niet in handen van de rouwenden, maar van techbedrijven. De expositie 'Data Never Dies' in mediacentrum Impakt in Utrecht laat zien dat de data die achterblijft na je dood kan gaan rondzweven in de digitale cloud. De tentoonstelling gaat over rouw en herinneren, maar ook over het recht om vergeten te worden. Iets wat steeds moeilijker is geworden, want er wordt zoveel data over ons verzameld dat er altijd resten blijven bestaan. In het boek 'Becoming an Artwork' noemt kunstcriticus, mediatheoreticus en filosoof Boris Groys deze enorme datacollectie het 'public corpse', als een bungelend lijk op een dorpsplein. Dit principe omvat alle bestaande data die van onze apparaten is geschraapt, maar ook alles wat we produceren om een bepaalde nalatenschap te creëren. Denk aan selfies, TikTokvideo's, maar eveneens onze kunstenproductie. ‘Today, the digital cloud is a substitute for the traditional heaven – and Google is a substitute for divine memory,' zegt Groys. Hij waarschuwt dat we niet onder de ongewilde datacollectie kunnen uitkomen, waardoor er na de dood een digitale ziel blijft rondwaren. Ons lichaam is dan wel koud en krapjes onder de grond verdwenen, maar onze zielendata is nog springlevend.

Max Ernst - The Wavering Woman, 1923

De tentoonstelling onderzoekt hoe we hier naar moeten kijken en of er iets tegen te doen is. De expositieomschrijving is helder: 'Wat betekent het om te leven met data die je vertegenwoordigt, achtervolgt of overleeft? Hoe vluchtig ze ook lijken: een foto, een bericht, een zoekopdracht, een profiel of avatar, ze laten stuk voor stuk een spoor achter. Samen vormen ze jouw digitale nalatenschap: fragmenten van jezelf die worden hergebruikt, die blijven circuleren en onverwacht opnieuw kunnen opduiken. Eenmaal getransformeerd tot data is deze persoonlijke informatie niet meer vanzelfsprekend alleen van jou: het wordt bekeken en gebruikt door digitale platforms en clouddiensten.' Het werk 'Right to be Forgotten' van Esther Hovers laat zien dat in opstand ertegen komen ook averechts kan werken. In haar werk toont ze de afbeelding van de eerste persoon die zich met succes beriep op het recht om vergeten te worden bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Paradoxaal genoeg leidde zijn poging om permanent te verdwijnen uit het openbare digitale archief van Google juist tot hernieuwde aandacht voor zijn afbeelding. Hieruit blijkt dat het internet niet vergeet - maar ook de kunst blijkbaar niet, omdat zijn afbeelding eveneens zichtbaar is in het werk van Hovers. De video 'Good Morning Young Body' van Chairmaine Poh toont dit dwangmatige herinneren ook. De kunstenaar was begin jaren 2000 een tieneracteur op televisie in Singapore. Met gevonden beeld- en archiefmateriaal heeft ze via generatieve Al een deepfake van een jongere versie van zichzelf laten maken. De AI was daarin erg accuraat. Poh's werk stelt urgente vragen over controle, macht en zeggenschap, want als deze data in de cloud opgeslagen ligt en de techbedrijven bepalen wat ze ermee doen, op wat voor manier hebben we dan nog controle over wat we nalaten? En hoe past AI in dit plaatje? De AI-techbro's verkondigen al onophoudelijk dat ze lijden aan controleverlies, hoe zeker zijn we ervan dat al onze digitale geesten straks niet op het internet gaan rondspoken? Misschien wel als autonome deepfakes.

Tentoonstellingsoverzicht IMPAKT

Het boek 'Systemen van Tederheid' van Marek Šindelka komt thematisch overeen met de tentoonstelling. De schrijver ziet overal in de wereld het machinale terugkomen: in de geschiedenis, in de muziek en in het schaakspel. De vader van hoofdpersoon Ada was een begenadigd pianist en orgelspeler. Als ze op een van zijn platen, in de stilte tussen nummers, hem denkt te horen zuchten, start ze een onderzoek wie haar vader nou eigenlijk was. Ze komt erachter dat herinneringen die ze van hem heeft niet lijken te kloppen of de feiten net anders zijn gebeurd dan ze dacht. 'Het geheugen is een hopeloos ineffectief instrument. Het geheugen liegt en bedriegt - en ons hele leven is erop gebaseerd.' Haar vader leerde haar schaken en gaf haar de liefde voor muziek. In alles ziet Ada steeds meer code en automatisme. Onderdeel hiervan is het bezoek met haar vader aan een automaton-museum met een immense zaal vol bewegende metalen speelgoedmachines. De mechanische Turk (de eerste schaakmachine in de geschiedenis) komt ten tonele, waarna alles verandert in automatismes, code en wiskunde. De zoektocht naar haar vader mondt uit in de vondst van een neurotische en getroebleerde man die zich verliest in zijn liefde voor muziek.

In de roman is het verval continu aanwezig. Er passeren veel gebrekkige lijven de revue: de lichamen vallen bijna uit elkaar van ellende of verzinken in neurotische trivialiteiten. Het boek wordt hiermee doordrenkt met vergankelijkheid; het sijpelt eruit als lichaamsvocht uit een doodskist. Door de prominente rol van het machinale geeft hij kritiek op de huidige technologie, maar daartegenover is het ook een (her)verlangen naar de menselijke maat. Šindelka doet dit door telkens handen in de hoofdrol te plaatsen. Deze worden als losstaande wezens gezien met een eigen wil en drijfveer. Toch wordt men continu in de steek gelaten door deze handen. Blijkbaar ziet hij de menselijke (levens)cadans als een maat die uit de pas loopt, als een langzaam verkruimelende zandsculptuur. Met als enige optie de dood. De dood door mechanismen.

Het verhaal behandelt tussen de regels door de impact van technologie op de huidige tijd. Techbedrijven die telkens verkondigen dat we moeten waken dat kunstmatige intelligentie niet onze ondergang zal zijn. Kijk uit, want we maken een Frankenstein monster dat ons zal uitroeien. De auteur schrijft: 'Mensen stellen zich graag voor dat ze een technologie zullen ontwikkelen die hen zal vernietigen. Dat ze een mechanisme of algoritme zullen bouwen dat spoedig uit zijn elektronische slaap ontwaakt, zich van zichzelf bewust wordt en de overbodige mensheid van de aardbodem vaagt. Achter alle afschuw die dat idee teweegbrengt gaat een mysterieus genot schuil, een opluchting van reusachtige proporties. Misschien zijn het slechts de geheime genetische dromen van een vermoeide diersoort, een instinct om ten onder te gaan.'
Zit er in ons een doodsverlangen? Een bewustzijnstekortkoming waarin we onszelf als inadequaat zien; niet in staat om een waardige soort te zijn? Dat geloof ik niet. Los van het feit dat we volgens Šindelka al op het punt van verval staan, we moeten de economische belangen van de doemdenkers (de techbedrijven) niet vergeten en alles geloven wat ons aangepraat wordt. In de woorden van de techbro's zit altijd een motief, hun angstzaaien is om hun eigen bestaansrecht veilig te stellen. Auteur en activist Cory Doctorow ziet kunstmatige intelligentie niet als een allesvernietigend monster waarvoor gewaarschuwd moet worden. In zijn ogen zal het uiteindelijk een handige plugin zijn die ons ondersteunt op allerlei vlakken, maar niet de wereld-vernietigende overlord die zo wordt vermarkt tegenwoordig. Wel ziet hij AI als een destructief instrument van kapitaalmacht tegenover arbeiders en hij waarschuwt er ook voor dat de AI-bubble een keer gaat klappen. (Kijk deze Tegenlicht-uitzending hierover) Natuurlijk betekent dit niet dat er geen problemen zijn. Struisvogelgedrag heeft ons nooit verder geholpen. Maar we moeten ervoor waken dat we de technologie op een voetstuk plaatsen en er een religie van maken. Als we daarbij de menselijke maat verliezen kunnen we dronken worden van onze uitvindingen en komen we vast te zitten in onze zelfgemaakte mechanismen. Zoals Šindelka een schaakspeler beschrijft die de krappe ruimte van een schaakmachine bemant maar door verslaving en geldnood er niet uit kan. 'Hij was een gevangene van het mechanisme geworden — hij was het bewustzijn ervan geworden. Het dronken bewustzijn van de machine.'

De tentoonstelling 'Data Never Dies' bij Impakt Utrecht is nog te zien tot 15 november 2026. 'Systemen van Tederheid' van Marek Šindelka is afgelopen augustus verschenen bij Das Mag.